de-kleine-prinsRegie: Natacha Hulsebosch

Spelers:
Dzanella
Lonneke Bierhof
Patty van Amsterdam
Marinde 't Loo
Simone Theunis
Jelle Disseldorp
Ingrid Stricker
Fraukje van Nes
Christa van der Zwet
Esmee Ouddeken










Wat moet hij met dat kleine jongetje aan? Wat kan hij leren van dat kleine prinsje dat plotseling naar hem toe komt lopen als hij bezig is met een andere vraag: hoe overleef ik na deze crash met mijn vliegtuig in de woestijn? Dat zijn de vragen waar de piloot mee worstelt, het hele boekje lang. Maar antwoorden krijgt hij niet. Die moet hij zelf zien te vinden in de zo simpele, doch doordachte filosofieen van het blonde jongetje.Want hij beantwoordde nooit een van mijn vragen,’ vertelt de piloot. Hij haalde zelf de antwoorden op zijn ongestelde vragen uit de verhalen van de prins. Eenvoudige verhaaltjes, puur bestaand uit de logica waar slechts een kind nog mee kan denken.Want volwassenen kunnen dat niet meer. Volwassenen zijn of machtszieke koningen die opzoek zijn naar een gebied en mensen om hun macht op uit te kunnen oefenen, of ijdeltuiten die enkel kunnen nadenken over zichzelf en hoe de wereld om hen heen draait, of dronkaarden die in een vicieuze cirkel vol drank om zichzelf en hun problemen heen draaien, of zakenmannen die enkel dingen kunnen bijhouden en tellen en slechts in getallen denken, of lantaarnopstekers die slechts het verschil tussen dag en nacht kunnen zien, of aardrijkskundigen die enkel de wereld om hen heen op kaart kunnen zetten.

Al deze volwassenen kwam het prinsje tegen op zijn reis van zijn eigen planeetje naar planeet aarde, zijn onbewuste einddoel. Hij had zijn eigen kleine planeetje, eigenlijk een komeet, verlaten omwille van de bloem waarmee hij leefde. Een verschrikkelijk mooie bloem, maar ook een zeer zelfzuchtige, egoïstische en ijdele bloem. De bloem maakte het prinsje het leven zo zuur op zijn eigen planeetje, dat hij afscheid nam. de-kleine-prins-2












 




Toch moest de bloem daar wel een beetje om huilen, vertelt het prinsje aan de piloot. Wat kan er zo bijzonder zijn aan een bloem? Was een van de ongestelde vragen van de piloot. Het prinsje vertelde dat hij op de planeet aarde, waar hij een jaar voor zijn ontmoeting met de piloot terecht kwam, nog meer bloemen had gezien zoals bij hem op de planeet. En op dat moment dacht hij ook: mijn eigen bloem is helemaal niet zo speciaal als ze zelf zegt. Er zijn zoveel bloemen zoals zij. Toch had het prinsje in zijn jaar op de Aarde ook het een en ander geleerd, wat hij nu vertelde aan de piloot. Hij had een vos ontmoet. Een schuwe vos. De vos legde hem uit dat het prinsje zijn vertrouwen moest winnen om hem zijn vriend te maken. ‘Waarom moet ik je dan tot mijn vriend maken?’ vroeg het prinsje, want zelf zat hij wel altijd vol vragen die hij net zolang stelde totdat hij antwoord kreeg. ‘Zodat als jij straks weg bent, het graan mij aan jou herinnert.’ Na enige uitleg is de moraal eigenlijk heel duidelijk: De vos houdt niet van het graan, hij kan het niet eten. Maar nu het prinsje zijn vertrouwen heeft gewonnen en zijn vriend geworden is, denkt hij voortaan telkens als hij het graan ziet aan het goudgele haar van het prinsje, en dan zal hij misschien een beetje moeten huilen en denken: wat mooi is het graan. Zo werd het voor het prinsje ook duidelijk dat zijn bloem wel degelijk speciaal was, hij had haar vertrouwen gewonnen en zij dat van hem. En telkens als hij naar de sterrenhemel keek vanaf de Aarde, wist hij dat op een van die sterren zijn bloem stond en daardoor waren de sterren voor hem duizend keer mooier. Deze les was eigenlijk wel de belangrijkste voor de volwassen piloot: hij leerde van het prinsje dingen te waarderen, niet om materiele waarde maar om de gevoelens die een ‘ding’ opriepen, de herinneringen die erbij hoorden. Want materialen vergaan, maar herinneringen, belevingen en gevoelens slijten nooit.

Toen deze les tot de piloot begon door te dringen, was het bijna een jaar nadat het prinsje op de Aarde terecht was gekomen. En het prinsje wilde weer terug naar zijn planeet, naar zijn speciale bloem. Want tenslotte had die bloem hem nodig om haar te verzorgen. Er stond een schaap op de planeet van het prinsje, getekend door de piloot zelf, en die kon elk moment de bloem opeten. En er waren apenbroodbomen die met hun wortels de hele planeet zouden overwoekeren als het prinsje ze niet elke dag een voor een zou uittrekken. Met behulp van een giftige slangenbeet reist het prinsje weer terug naar zijn ster. En de piloot kan eindelijk naar de sterren kijken en zich, net als alle mensen die het boekje gelezen hebben, afvragen of de bloem al opgegeten is door het schaap. En wat hij ook nog hoort, wat wij misschien niet kunnen horen, is de lach van het prinsje die klinkt als duizenden belletjes, omdat de piloot weet dat het prinsje op een van die sterren is. En dan zal hij glimlachen of misschien een beetje huilen.

[terug]